NL
FR

FAQ standaardformulieren

 

Algemene gegevens

Blad 5 : « Voordeelstelsel »

Arbeidstijd

Regel 20 : « Hoeveel van de wekelijkse arbeidstijd bestaat uit ambulancediensten ? »

Risico’s

Blad 1: «terugkerende risico’s»: interventietijd van de adequate hulp in deze sector

Personeel


Algemene gegevens

Blad 5: « Voordeelstelsel ».

Wat als de premies variëren in functie van de graad?

Het eerste kader betreft de premies. Slechts één vakje werd voorzien voor de bedragen in te vullen, maar in talrijke korpsen variëren de bedragen van de premies van graad tot graad. In dit geval dient u in het vakje op regel 8 de verschillende bedragen in te vullen, telkens met overeenstemmende graad.

top

Arbeidstijd

Regel 20: « Hoeveel van de wekelijkse arbeidstijd bestaat uit ambulancediensten? »

Wat moet je in deze uren rekenen?

In de arbeidstijd van de ambulancediensten worden uiteraard de ritten met de ambulance gerekend, maar ook alles wat verband houdt met de voorbereiding en het onderhoud.

Als iemand voltijds uitsluitend ambulancierstaken op zich zou nemen, zou dit als 38u ambulancediensten moeten worden aangerekend (met uitzondering van de wachtdiensten voor de ambulance). De uren wachtdienst moeten op regel 18 worden ingevuld.

Als iemand die brandweerman en ambulancier tegelijk is een wacht doet, dan moet dit ook maar 1 keer worden aangerekend op regel 18 (eventueel mag in de kolom opmerkingen wel aangevuld worden dat het om wachten voor brandweer en voor ambulance gaat).

Indien meerdere personen tegelijk van wacht zijn, moet de wacht voor elke persoon worden aangerekend. Bvb: indien twee personen van 12u tot 22u van wacht zijn, moet je op regel 18 20u (= 2 x 10u) aanrekenen. De wachtdiensten die uitsluitend voor de ambulancedienst worden gepresteerd dienen ingevuld te worden op regel 18 en niet op regel 20.

top

Risico’s

Moet men bij de punctuele risico’s een onderscheid maken tussen hoge en zeer hoge risico’s ?

Ja, dat is beter. Om dit te doen, moet men a priori de Seveso-ondernemingen (1 en 2) en de nucleaire installaties van niveau 1 als zeer hoge risico’s beschouwen; alle andere risico’s zullen in principe als hoog beschouwd worden.

Kan men geen inventaris maken van de andere punctuele risico’s?

Ja, natuurlijk! Er werd immers voorzien om, in een tweede fase - na 30 juni - de Task Forces een inventaris te vragen van de matige punctuele risico’s.

Hiervoor zullen de Task Forces een nieuwe lijst toegestuurd krijgen met verschillende drempels.

Bvb: In het huidige formulier beschouwt men een school met meer dan 5.000 leerlingen a priori als hoog risico. In het volgende formulier zal een school met meer dan 500 leerlingen in principe als matig risico worden beschouwd.

top

Hoe dient de graad (matig / hoog / zeer hoog) van een risico geëvalueerd te worden voor de infrastructuren die niet in de lijst vermeld worden ?

Enerzijds door te vergelijken met de in de lijst vermelde infrastructuren. Anderzijds, door de volgende minimumregel in het achterhoofd te houden:

  • Voor de matige punctuele risico’s stelt de hulpverleningszone een interventiefiche op.
  • Voor de hoge punctuele risico’s stelt de hulpverleningszone een voorafgaand interventieplan op.
  • Voor de zeer hoge punctuele risico’s stelt zij een bijzonder nood- en interventieplan op (BNIP volgens KB van 16 februari 2006).

Ter herinnering: het is perfect mogelijk een punctueel risico naar een hogere graad te brengen dan de graad in de lijst en dat te inventariseren, zelfs indien de hierboven vermelde drempel niet bereikt werd, op voorwaarde dat de objectieve elementen die in aanmerking werden genomen, vermeld worden.

top

Blad 1: «terugkerende risico’s»: interventietijd van de adequate hulp in deze sector

Wat wil «adequate hulp» zeggen?

Het gaat niet om de adequate hulp waarvan sprake in de ministeriële omzendbrieven van 9 augustus 2007 en van 1 februari 2008!
Het gaat er bijgevolg om, de term «adequate hulp» te beschouwen als zijnde «de halfzware autopomp van de dichtstbijzijnde post».

Wat wil «gemiddeld» zeggen?

In de bedoelde sector INS6 moet men het gemiddelde berekenen van de werkelijk gemeten interventietermijnen op minstens 10 opeenvolgende interventies (met de halfzware autopomp, geen ultrasnel commandovoertuig!).
Het spreekt voor zich dat men een maximum aan werkelijk gemeten interventietermijnen met de halfzware autopomp moet nemen, zodat men de meest betrouwbare termijnen bekomt…

top

Wat wil «deze sector» zeggen?

Het gaat om de geografische sector van de vroegere gemeenten, afgekort INS6 (zie lijst in bijlage).
De kaarten met de grenzen van de vroegere gemeenten kunnen bekomen worden bij Nadia Benini (nadia.benini@ibz.fgov.be)

Wat wil «uitruktijd» zeggen?

Er is een taalfout opgetreden. De correcte term die hier gebruikt dient te worden is “opkomsttijd”. Het betreft de totaal verstreken termijn (in minuten) tussen de oproep in het centrum 100/112 en de aankomst van de halfzware autopomp van de dichtstbijzijnde post op de plaats van de interventie.

Indien men enkel beschikt over de interventietermijn vanaf de oproep in de brandweerdienst, dan dient men een forfait van 2 minuten aan te rekenen voor de oproep in het centrum 100/112.

top

Personeel

Kolom I: Moet men zelf de graadanciënniteit berekenen?

Er wordt inderdaad niet gevraagd naar de datum waarop u de laatste graad behaald heeft. De graadanciënniteit wordt dus niet automatisch berekend, zoals wel het geval is bij de dienstanciënniteit.

Indien u de graadanciënniteit niet zelf wenst te berekenen en u op die manier werk wenst te besparen, kan u in kolom I de datum waarop u uw laatste graad behaald heeft invullen in de vorm dd/mm/jjjj. Bij het verzamelen van de ingevulde formulieren door de FOD Binnenlandse Zaken, zullen we de data omzetten in anciënniteit. 

top